← Back to portfolio
Published on 5th July 2019

Onrecht in de rechtbank

Terwijl de Utrechtse politie de op18 maart 2019 ontkomen verdachte Gökmen T. probeert te lokaliseren, heeft voorman van Forum
voor Democratie, Therry Baudet, op een
verkiezingsbijeenkomst in het Haagse
Kurhaus het antwoord op alle onderzoeksvragen al klaar: 'Als mensen meer van dit
soort problemen willen, moeten ze op
Rutte stemmen, want die zet de grenzen
wagenwijd open en doet niets aan integratieproblematiek.'
Al sinds de jaren tachtig wordt onderzoek
gedaan naar Molukse, Surinaamse, Turkse,
Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders
en criminaliteit. Zijn zij crimineler dan de
autochtone bevolking? Wie naar de cijfers
kijkt, kan inderdaad tot de conclusie komen
dat er in de criminaliteit sprake is van een
relatieve oververtegenwoordiging van
sommige bevolkingsgroepen.
In tegenstelling tot wat sommige opiniemakers en politici willen doen geloven,
wordt dit al jaren allesbehalve verzwegen.

Al in 1993 pleitte toenmalig PvdAminister Welzijn, Volksgezondheid en
Cutuur, Hedy d'Ancona, voor een 'nuchter en zakelijk migratiebeleid' waarbij het
'geen taboe mocht zijn om criminaliteit
van allochtone jongeren ter discussie te
stellen en aan te pakken.' Toen Piet Hein
Donner minister van Justitie was, stelde
hij dat de criminaliteitscijfers 'de geringe
binding met de samenleving' van
niet-westerse allochtonen aantoonden.
En ook politici aan de rechterflank
lieten zich horen. Zo was er de beruchte
uitspraak van PVV-leider Geert Wilders uit
2014, die het zogenaamd over criminele
Marokkanen had toen hij een zaal ‘minder
minder’ liet scanderen. In een interview
met een Duits blad in 2017 zei hij: ‘Marokkaanse jongeren zijn 22 keer vaker gerepresenteerd in straatcriminaliteit.’

Klopt het?
Maar de vraag is of dergelijke uitspraken
een juiste weergave van de feiten geven.
Neem bijvoorbeeld die factor 22. Dat is
nogal wat. Vandaar dat de Nieuwscheckers
van de Universiteit Leiden in de cijfers
doken. In het rapport Monitor Jeugdcriminaliteit 2010 van het Wetenschappelijk
Onderzoeks- en Documentatiecentrum
(WODC) staat het aantal verdachten gerelateerd aan hun aandeel in de populatie,
namelijk per 1000 personen van de betreffende bevolkingsgroep. Het aandeel verdachten onder de Marokkaanse jongvolwassene (18-24 jaar) is in 2008 met 116
per 1000 veruit het grootst. Dit vergelijken
zij met de herkomstgroep met het relatief
laagste aantal aanhoudingen: autochtonen,
waarvan er 30 keer op de 1000 in 2008 zijn
aangehouden. Marokkaanse jongeren zijn
dus niet 22 keer vaker vertegenwoordigd
dan de autochtonen, maar vier keer vaker.
Maar zijn Marokkaanse jongeren ook echt
crimineler? Of is er meer aan de hand?

Ongelijkheidsbeginsel
Dat is een onderwerp waar Janet Thompson
Jackson alles van weet. Jackson is hoogleraar aan de Washburn University School of Law (VS) en is voor een jaar verbonden
aan de RUG. Er zijn nogal wat valkuilen bij
het interpreteren van dergelijke cijfers, zegt
zij. Allereerst zou je moeten vergelijken
met jongeren uit dezelfde sociaal-economische klasse. Dan valt het verschil grotendeels weg. Daarbij wordt er op jongeren uit
de lage sociaal-economische klasse vaker
gelet. Maar dat is niet alles. Offieel gaat
ons rechtssysteem uit van het gelijkheidsbeginsel, wat stelt dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. Maar de
realiteit is vaak anders, zegt Thompson
Jackson.

Voor ze op die dynamiek ingaat, wil ze
kwijt dat het opzettelijk noemen van de
verkeerde cijfers, en deze misbruiken
voor politiek gewin, zoals Baudet deed,
ronduit kwaadaardig is. 'Dat doen politici
om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te
hitsen. Etnische minderheden, migranten
en asielzoekers tot ‘de ander’ bestempelen,
zodat het wij-gevoel onder witte Nederlanders versterkt. De tegenstellingen uitvergroten. De angst vergroten.'
En dat terwijl volgens haar verschillen
juist ontstaan doordat het rechtssysteem
vanaf het startpunt al afwijkt van het gelijkheidsbeginsel. Zo gaan agenten in de VS
vaker etnische gemeenschappen in, omdat
ze denken dat de mensen daar vaker crimineel zijn. 'Dus wie wordt gecontroleerd?
Naar wie wordt vaker een onderzoek gestart
en wie wordt gearresteerd? En wie wordt
aangeklaagd? Uit onderzoek blijkt dat dit
vaak de persoon van kleur is.’
Thompson Jackson wil benadrukken
wanneer je deze achtergrondinformatie
achter de kille cijfers niet meeneemt, je
de vertekende indruk krijgt dat etnische
minderheden crimineler zijn. Terwijl de
cijfers alleen maar de criminaliteit weergeven die daadwerkelijk aan het licht
gekomen is – en bij specifieke groepen
wordt harder gezocht naar misdaden.
Een eerlijke vergelijking van criminaliteitsstatistieken is pas te maken wanneer
alle criminele activiteiten in beeld zouden
zijn, iets wat uiteraard nooit zal gebeuren.
Ondertussen misbruiken politici de
statistieken om te wijzen op het gevaar van
migranten voor onze maatschappij en
pleiten ze vaker openlijk voor een harde
aanpak van criminaliteit in ‘achterstandsbuurten’, veelal migrantenwijken. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhof opperde
vorig jaar nog om een door Deense collega-politici bedacht plan uit te voeren, waarbij
criminaliteit in achterstandsbuurten twee
keer zo zwaar bestraft zou gaan worden.
Zoiets zou de statistieken alleen maar
verder verstoren en de ongelijkheid binnen
ons rechtssysteem verder vergroten.
Door deze selectieve werkwijze binnen
ons rechtssysteem, ontstaat er als het
ware een ‘witte vlek’ van niet-opgespoorde
en dus onbestrafte criminaliteit. Zo zal de
politie minder snel drugscontroles uitvoeren op de Amsterdamse Zuidas, waar
zeker mensen met cocaïne op zak lopen,
terwijl een sisha-lounge vaker wordt
bezocht op zoek naar drugs.
Etnisch profileren
Ondertussen worstelen we in Nederland
nog altijd met het meest basale probleem
wat de verschillen doet ontstaan: etnisch
profileren. Het staat al jaren op de agenda,
mede dankzij non-profitorganisatie Controle Alt Delete. Rapper Typhoon schreef
in 2016 op Facebook dat hij regelmatig
met zijn auto aan de kant wordt gezet
door de politie. Als jonge zwarte man zou
hij volgens de agenten in een té dure auto
rijden. Typhoon schreef: ‘Dit is helaas de
zoveelste keer dat dit mij overkomt en
dan ben ik nog ‘bekend’ en is de sfeer na
herkenning minder gespannen. Velen
hebben dat voorrecht niet.’ Als de politie
iemands huidskleur, etniciteit, nationaliteit, taal of religie laat meespelen bij de
beslissing om diegene te controleren, is
dit etnisch profileren.
Uit onderzoek van het Sociaal en
Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat een
op de drie Turkse en Marokkaanse Nederlanders, een kwart van de Surinaamse
Nederlanders, een op de vijf Antilliaanse
Nederlanders en 16 procent van de
migranten uit Midden- en Oost-Europa
discriminatie door de politie ervaart. Dit
kwam recent weer naar voren toen
onderzoeksbureau Beke concludeerde
dat de Amsterdamse politie te weinig
doet om deze praktijk uit te bannen. Al
eerder sneuvelde het voorstel om zogeheten 'stopformulieren' te gaan gebruiken,
waar agenten moesten opschrijven waarom zij iemand preventief zouden hebben
gefouilleerd of gecontroleerd, zodat ze
beter zouden stilstaan bij de reden waarom zij iemand aanhouden.
Werkloos
Ongelijkheid speelt zich ook af als
verdachten zich eenmaal in het justitiële
systeem bevinden. Thompson Jackson is
voornamelijk gespecialiseerd in het Amerikaanse rechtssysteem, waar verdachten,
wanneer hun zaak voor de rechter wordt
gebracht, te maken krijgen met een jury,
die uitgesproken bevooroordeeld is.
‘Maar ook van Amerikaanse rechters werd
aangetoond dat zij een vooringenomenheid hadden. In elk rechtssysteem zijn
er onderzoeken die deze vooroordelen
aantonen.’
Ook in Nederland. In 2012 verscheen een
onderzoek in het Nederlands Juristenblad
waaruit bleek dat Nederlandssprekende
verdachten met een etnische achtergrond
en uiterlijk een grotere kans te hebben om
veroordeeld te worden dan witte, Nederlands sprekende verdachten. De kans om
veroordeeld te worden, was het grootst als
de verdachte helemaal geen Nederlands
sprak en er ook 'niet-Nederlands' (lees:
niet wit) uitzag. Onderzoekers van de
Universiteit Leiden bestudeerden hierna
110.000 strafdossiers van 2005 tot en met
2007 en interviewden 1500 gedetineerden.
criminaliteit
De uitkomsten waren niet mals: de in
Nederland geboren verdachte had voor
diefstal met een wapen een kans van
7 procent op gevangenisstraf. Tweede
generatie Turken en Antillianen hadden
voor hetzelfde delict een kans van 11 procent om te gaan zitten.
Was hier sprake van racisme, van discriminatie? Dat konden de onderzoekers niet
stellen. Wel hielden ze er rekening mee dat
rechters soms denken in stereotypen. De
verschillen werden kleiner wanneer zij
corrigeerden voor de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Mensen met
een baan bleken minder vaak naar de
gevangenis te worden gestuurd om niet
ook nog eens na het uitzitten van hun straf
werkloos te worden. Ben je al werkloos,
dan mag je vaker brommen. Wie is er relatief gezien vaker werkloos? Etnische minderheden. En werklozen kunnen ook geen
boetes betalen, dus nog een verklaring
voor het vaker opleggen van een gevangenisstraf aan allochtonen. Volgens de onderzoekers was het verschil dus ontstaan door
'rekening te houden met omstandigheden'
van de veroordeelden.
Toch bleef er na deze correcties voor
persoonlijke omstandigheden nog steeds
een klein verschil in straffen over. De voorzitter van de Raad van de Rechtspraak,
Frits Bakker wil dat laatste verschil ook
laten onderzoeken. Hij zegt in Trouw: 'De
suggestie dat rechters onderscheid maken,
staat haaks op de kernwaarden van de
rechter.'
Thompson Jackson vindt het jammer
dat men er niet aan wil dat ook rechters
vooroordelen hebben: 'De eerste reflex is:
dit is geen racisme. Dit probleem van
onbewuste bias is in het rechtssysteem
getrokken, zoals in elke laag van de samenleving. Iedereen heeft deze onbewuste
vooroordelen, jij, ik en zelfs rechters.
Niemand is daar immuun voor. En die
vooroordelen vallen vaak in het nadeel
uit voor mensen van kleur en etnische
minderheden.'

Close